zaterdag 27 juni 2015

Les 9: Lesfasemodel 2


We hebben tijdens deze les alle theorie herhaald en verbanden tussen de lessen gelegd. We hebben geleerd om start-, onderzoeks-, analyse-, speculatie- en conclusievragen te maken bij een filmposter. We hebben elkaars posters bekeken en kritische vragen gesteld. Ik heb de poster van rio 2 gekozen met mijn groepje. Als je in de bovenstaande afbeelding op de rondjes klikt,  kun je de vragen zien. We hebben een voorbeeld besproken van een goede beeldende les.

Startvragen
Wie heeft de film Rio weleens gezien?                                                                               
Waar gaat de film over?                                                                                                          
Hoe heten de vogels?

Onderzoeksvragen
Waar zal de film zich afspelen?                                                                                              
Welke dieren zullen het belangrijkste zijn in de film?

Analysevragen
Welke dieren zie je allemaal?                                                                                                
Wat hebben de dieren allemaal bij zich?                                                                               
Heeft ieder dier iets bij zich?

Speculatie vragen
Waar zullen de dieren zich bevinden?
Zouden ze daar leven? Waaraan zie je dat?
Zal het er warm of koud zijn? Waarom denk je dat?

Conclusie vragen
Wat zou de regisseur willen bereiken?

En we hebben een lesvoorbereidingsformulier gemaakt. Zie hieronder het formulier.


 

STARTPUNT VAN VOORBEREIDING
BEGINSITUATIE
 
 
Beeldend vermogen:Gecodeerde werkelijkheid
LESDOEL(EN)
 
Beeldend doel:Een stopmotion maken waarbij de dieren verschillende acrobatische oefeningen doen en uit beeld verdwijnen.
 
Technisch doel:Maken van de mozaïeken circusdieren
EIGEN LEER-
DOEL(EN)
 
 
 

 

FASE
LEERACTIVITEIT
DID. WERKVORMEN
MATERIALEN
ORIENTATIE /
RECEPTIE
 
tijdsduur:
Beeldcultuur: Ik laat een stukje film zien uit de film coraline. In het fragment zien de kinderen het dierencircus, de muizen voeren een stuk op.
 
Beeldbeschouwen:Hoe vormt de groep springmuizen samen een woord?
Door zich op elkaar te stapelen en zich vast te houden aan elkaars pootjes en staarten. In de fantasie  wereld van coraline is alles mogelijk en op zich zelf gericht, zoals de naam die de muizen hebben gevormd. Waaruit blijkt dat het muizencircus een droom is? Vanaf het moment dat ze de mini circustent inkruipt en opkijkt naar de nok van de tent. 
 
 
Presentatie
UITVOERING/
PRODUCTIE
 
tijdsduur:
 
Beeldend probleem:
De kinderen moeten op hun eigen manier de  mozaïeken circusdieren maken en daarvan op hun eigen manier een stopmotion maken. De circusdieren moeten verschillende zelfbedachte acrobatische oefeningen doen, waarbij ze soms volledig uit het beeld verdwijnen.
 
Beeldaspecten:
Ruimte: uitsnede.
 
Werkproces(sen):
Het maken van de dieren is een ontwerpproces. Ze werken vanuit een idee, dmv schetsen tot een oplossing komen. Het maken van de stopmotion is een experimenteelproces. Proces waarin nog niets is omlijnd, moet durf hebben om direct te starten. Je gaat ontdekken wat de mogelijkheden zijn met het materiaal en vervolgens bedenken wat je ermee zou kunnen.
 
Instructie techniek:wat moet je allemaal uitleggen? Bij een stopmotion moet je 26 foto’s per seconde monteren. Om zo en filmpje van 15 sec te maken, heb je ongeveer 300 foto’s nodig. Je bepaald samen met je groepje welk materiaal je gebruikt. Je kan op de iPad verschillende programma’s gebruiken om de stopmotion te maken, zoals i can animate, istopmotion, stopmotion.
 
Beeldende middelen
AFSLUITING /
REFLECTIE
 
tijdsduur:
 
Presentatievorm:
De groepjes laten de stopmotion zien aan de hele klas. We bepalen dan samen hoe goed de filmpjes zijn mbv een beoordelings rubric.
Nabeschouwing:
Hoe is het gegaan? Vond je het lastig om een stopmotion te maken? Ging de samenwerking goed?
Beoordelingscriteria: Worden door de klas bedacht. Ze stellen de rubric samen.
 
Rubric

Deze rubric hebben wij bedacht:
Mozaïekdieren: 0/1/2
Een geheel: 0/2
Uitsnede: 0/2
Creatief: 0/1/2
Minimaal 15 seconde: 0/2
Acrobatisch: 0/1/2

Les 8: Beeldend vermogen

foto van Renee Engelsman.Deze les heb ik gemist vanwege juffen dag op mijn stageschool.

Les 7: Beeldend probleem

In deze les werd het verschil tussen een technisch doel en een beeldend doel besproken.
n elke beeldende vorming les zou een beeldend probleem centraal moeten staan. Een beeldend probleem prikkelt de creativiteit van de leerlingen wat ten goede komt van wat zij zullen produceren.
Technische leerdoelen bevatten de motorische vaardigheden met het gebruik van materialen en de omgang met de gekozen techniek. Beeldende leerdoelen zetten aan tot het onderzoeken van visuele mogelijkheden om een beeldend probleem op te lossen. Daarom is het van belang dat een goede opdracht bij beeldende vorming bestaat uit beide doelen.


Vervolgens krijgen we de opdracht op een kubus te tekenen. De hele klas tekende dezelfde kubus. Deze kubus wordt gemaakt door eerst een vierkant te tekenen, dan op de hoeken lijntjes schuin naar rechtsboven te trekken en als laatste tussen deze punten weer een tweede vierkant te tekenen.
Als je naar de realiteit kijkt klopt de kubus niet met wat je werkelijk ziet.  Het cliche beeld van een kubus wordt getekend. Je moet opdrachten geven die cliche beelden doorbreken. We leerden om een goede kubus te tekenen.
Daarna moesten we de kubus emoties geven. De eerste emotie was blij. Bijna iedereen tekende een lachend gezicht op zijn kubus, weer een cliche. We moesten de kubus toen de emotie boos en verlegen gegeven, maar zonder gezichten. Zie hieronder het resultaat.
 
We kregen nog een vervolg opdracht. We kregen een stuk klei en een beeldend probleem. Je moet een persoon kleien met de juiste lichaamsverhoudingen en hij moet een expressieve houding hebben. Het beeldaspect vorm: verhouding speelt hierbij een rol. Ik koos voor de expressie zelfverzekerd. Zie hieronder.
















vrijdag 26 juni 2015

Les 6: Beeldaspecten

De les begon met een opdracht waarvoor iedereen in de klas twee  papiertjes kreeg, één strookje met daarop een beeldaspect en een afbeelding met daarop een fragment opname uit een animatiefilm.
De bedoeling was dat we bij elke afbeelding het juiste beeldaspect zouden vinden. Een beeldaspect is een onderdeel waaruit het beeld is opgebouwd, het zijn dus verschillende manier waarop je in een beeld iets duidelijk kan maken.

Je kan bijvoorbeeld vaak in een Disneyfilm al in een oogopslag zien of iemand een schurk of een held is, dit wordt door de filmmakers met beeldaspecten over gebracht.

Uiteindelijk is het gelukt op bij alle afbeeldingen de juiste beeldaspecten te plaatsen. Zie hieronder.


Alle filmmakers zijn zich bewust van beeldtaal. Ze zetten beeldaspecten in om de inhoud over te brengen op de kijker. Het belangrijkste beeldaspect van een beeld is het aspect dat het belangrijkst is om de inhoud van het beeld te vertellen, bij veel foto's en beelden zijn namelijk meerdere beeldaspecten van toepassing maar alleen de belangrijkste moest bij het beeld.

Hierna zijn we aan de slag gegaan met het maken van een selfie. De selfie moest een bepaalde emotie uitstralen. Ik heb gekozen voor de emotie verdrietig. De emotie die je uitbeeldde moest je vergroten en abstraheren. Zo veranderde de selfie in een onherkenbare foto. Kijk maar.
Ik heb vooral de kleuren en de vorm aangepast om de emotie duidelijk te laten worden. 

Les 5: Beeldcultuur 2

We hebben eerst grondig de vragen van de quiz besproken. De quiz ging over verschillende kunstwerken. Die worden hieronder besproken.

De schreeuw: Met een iPhone op de grond. De industrialisatie, de wereld in versnelling. Mensen werden onzeker en bang. De mens wordt bang om de grip op de werkelijkheid kwijt te raken. De telefoon stelt onze wereld voor.> post modernisme
Hoorn des overvloeds: Het is een hoorn met fastfood. De consumenten cultuur die veel te veel eten > post modern
Behaarde kopje: Is niet voor de massa en niet om te entertainen. Is vervreemd en abstract geworden. Kun je er nog wel uit drinken? Is het dan nog wel kop en schotel? > modern
Mannen met vlag: Zitten geen verwijzingen in naar andere tijden. Vol met symboliek van macht en plaatsen van de vlag. > klassiek
Maan met mc Donalds: Is gebaseerd op de sterrennacht. Hij verteld hoe hij leefde, hij werd geïnspireerd door de nacht. Nu is mc Donalds s' nachts geopend, bedrijvigheid. > post modern

Daarna gingen we aan de slag met foto's maken voor de opdracht van de vorige les. We hadden attributen meegenomen voor de foto's. De foto's zijn uiteindelijk gelukt, maar het eindproduct valt tegen.
Dit is de oorspronkelijk afbeelding.

Dit onze zelfgemaakte afbeelding.





Les 4: Beelcultuur 1

Deze les bespraken we verschillende periodes van de beeldcultuur.

  • Klassieke periode: Deze periode was tot ongeveer 1870 en ging vooral om verhalende en religieuze kunstwerken. Rijkdom werd hier vaak geïllustreerd en de beelden zo realistisch mogelijk weergegeven.  
  • Modern: Hier werden al het onnodige weggelaten en het nuttige geïllustreerd.
  • Postmodern: In deze periode gaat het om entertainment en statements maken.
We kregen toen verschillende afbeeldingen van kunstwerken en moesten de afbeeldingen onder de juiste categorie plaatsen. Ik kreeg een afbeelding met een stilleven erop, die paste in de klassieke periode.

Daarna moesten we een afbeelding op internet zoeken uit de klassieke of moderne tijd en daar zelf een post modern beeld van maken. Als groep hebben wij de geboorte van Venus gekozen. Het schilderij is gemaakt door Sandro Botticelli.
Betekenis: De vrouw op de schelp probeert haar lichaam te bedekken waardoor de aandacht er juist naar toe gaat. Duidelijk aangezette contouren en koele witte huidskleur, welke doet denken aan een marmeren beeld. Ze is geboren uit het schuim. De genitaliën van Uranus zijn afgehakt en in de zee gegooid, zo is venus geboren uit het schuim van de zee. De schelp staat voor vruchtbaarheid. De mensen die vliegen, blazen haar aan land. Aan de rechterkant wordt de godin van het voorjaar afgebeeld, ook wel jaargetij van de liefde. Ze staat contrapost, typerend voor de cultuur in de klassieke oudheid, manier waarop ze staat.
In de volgende les zal het vernieuwde beeld gemaakt worden.

We hebben ook nog voorwerpen in verschillende kunststijlen getekend. Het voorwerp dat ik heb getekend is een etui. Zie hieronder.
De eerste is expressief en de tweede is constructivistisch.

les 3: Werkproccesen 2

Dit een vervolg op les 2. Tijdens les 2 hebben we in tweetallen één monstervoertuig gemaakt. In de deze les gaan we in groepjes van 4 (dus met 2 voertuigen) een stopmotion maken. Hierbij werden twee werkprocessen gecombineerd. Het traditionele proces en het ontwerpproces.
stap 1) maken van storyboard.
stap 2) Het decor maken/ontwerpen.
stap 3) Het filmen.
De samenwerking verliep prima. We hadden de taken verdeeld en iedereen dacht mee over het ontwerp. We vonden het erg leuk om te doen en we zijn trots op het resultaat.

woensdag 4 maart 2015

les 2: Werkprocessen 1

9 januari 2015

De tweede les beeldendevorming. In deze les is aan de orde gekomen wat assemblage technieken zijn en hoe jezelf een werkstuk kan maken van kosteloos materiaal. In het werkstuk moet vorm en inhoud samen komen, ook moet het werkstuk er snel en monsterlijk uit zien.

Wat zijn assemblage technieken?
Dat zijn technieken om het materiaal aan elkaar vast te maken. Plakken, lijmen en nieten zijn te eenvoudige technieken, die liever niet gebruikt mochten worden. Wij hebben daarom extra gebruik gemaakt van splitpennen, ijzerdraad en het los opstapelen van materiaal.

We mochten in tweetallen aan het werkstuk werken. We hadden een grote hoeveelheid aan kosteloos materiaal. Toch was het lastig om de juiste onderdelen te kiezen om het werkstuk zo snel en monsterlijk mogelijk te maken. We hebben daarom het beste ervan proberen te maken. Ook zijn wij daarvoor uit onze comfortzone gestapt. Zie hier de foto's.






Daarna hebben medestudenten ons werkstuk op vorm, inhoud en techniek beoordeeld. Zie hier de beoordelingsmatrix.



les 1: Lesfasenmodel 1

12 december 2014

De eerste les beeldende vorming. In deze les is aan de orde gekomen wat  beeldende vorming is. Wanneer je een goede beeldende opdracht geeft en in welke fasen de leerlingen zich bevinden.

We gingen in groepjes aan de slag met verschillende opdrachten. Sommige groepjes hadden een "goede" beeldende opdracht en andere groepjes een opdracht waarbij het technisch nadoen vooral naar boven kwam.
Ik had een opdracht waarbij het technisch nadoen vooral naar boven kwam. Het doel: aan het eind van de les hebben de leerlingen een toren gemaakt van stroken papier met gevouwen profiel erin. In de bovenste kubus is te doen waar de maker groot in wil worden. Er stond een voorbeeld bij van het te bouwen object. Er stond ook een stappenplan bij. Wat je eerst moest doen en wat daarna.
Wat heb ik geleerd?
Wanneer is een opdracht uitdagend genoeg en wanneer is een opdracht dat niet. Als je leerlingen een opdracht geeft om iets na te maken of na te doen dan is de uitdaging voor de leerlingen ver te zoeken.
Je kan bij een een opdracht die vooraf al helemaal uit gedacht is voor het kind op veel dingen niet beoordelen, zoals techniek, vorm en versiering. Bij een opdracht waarbij dat niet het geval is kun je beoordelen op alle vlakken, zoals constructie, techniek, vorm, versiering en samenwerking.
Je moet er voor zorgen dat leerlingen voor een "probleem" een eigen beeldende opdracht bedenken. En dat ze dus niet technisch iets na doen, dat heeft meer met vaardigheid te maken.

Tijden de opdracht bevinden de leerlingen zich in verschillende fasen.
1.inleven in de opdracht (receptie)
2.het maken (productie)
3.reflecteren als leerlingen en voor de leerkracht nog evalueren.

Het belangrijkste is dus dat je de leerlingen geen voorbeeld geeft waar ze zelf niet bij na hoeven te denken. Maar dat je de leerlingen zelf laat nadenken.
Je kan het vergelijken met rekenen. Je moet als leerkracht ook geen som geven en daarvan zelf het antwoord opschrijven, je moet de kinderen het denkwerk laten doen. Dat geldt ook bij beeldende vorming