woensdag 4 maart 2015

les 2: Werkprocessen 1

9 januari 2015

De tweede les beeldendevorming. In deze les is aan de orde gekomen wat assemblage technieken zijn en hoe jezelf een werkstuk kan maken van kosteloos materiaal. In het werkstuk moet vorm en inhoud samen komen, ook moet het werkstuk er snel en monsterlijk uit zien.

Wat zijn assemblage technieken?
Dat zijn technieken om het materiaal aan elkaar vast te maken. Plakken, lijmen en nieten zijn te eenvoudige technieken, die liever niet gebruikt mochten worden. Wij hebben daarom extra gebruik gemaakt van splitpennen, ijzerdraad en het los opstapelen van materiaal.

We mochten in tweetallen aan het werkstuk werken. We hadden een grote hoeveelheid aan kosteloos materiaal. Toch was het lastig om de juiste onderdelen te kiezen om het werkstuk zo snel en monsterlijk mogelijk te maken. We hebben daarom het beste ervan proberen te maken. Ook zijn wij daarvoor uit onze comfortzone gestapt. Zie hier de foto's.






Daarna hebben medestudenten ons werkstuk op vorm, inhoud en techniek beoordeeld. Zie hier de beoordelingsmatrix.



les 1: Lesfasenmodel 1

12 december 2014

De eerste les beeldende vorming. In deze les is aan de orde gekomen wat  beeldende vorming is. Wanneer je een goede beeldende opdracht geeft en in welke fasen de leerlingen zich bevinden.

We gingen in groepjes aan de slag met verschillende opdrachten. Sommige groepjes hadden een "goede" beeldende opdracht en andere groepjes een opdracht waarbij het technisch nadoen vooral naar boven kwam.
Ik had een opdracht waarbij het technisch nadoen vooral naar boven kwam. Het doel: aan het eind van de les hebben de leerlingen een toren gemaakt van stroken papier met gevouwen profiel erin. In de bovenste kubus is te doen waar de maker groot in wil worden. Er stond een voorbeeld bij van het te bouwen object. Er stond ook een stappenplan bij. Wat je eerst moest doen en wat daarna.
Wat heb ik geleerd?
Wanneer is een opdracht uitdagend genoeg en wanneer is een opdracht dat niet. Als je leerlingen een opdracht geeft om iets na te maken of na te doen dan is de uitdaging voor de leerlingen ver te zoeken.
Je kan bij een een opdracht die vooraf al helemaal uit gedacht is voor het kind op veel dingen niet beoordelen, zoals techniek, vorm en versiering. Bij een opdracht waarbij dat niet het geval is kun je beoordelen op alle vlakken, zoals constructie, techniek, vorm, versiering en samenwerking.
Je moet er voor zorgen dat leerlingen voor een "probleem" een eigen beeldende opdracht bedenken. En dat ze dus niet technisch iets na doen, dat heeft meer met vaardigheid te maken.

Tijden de opdracht bevinden de leerlingen zich in verschillende fasen.
1.inleven in de opdracht (receptie)
2.het maken (productie)
3.reflecteren als leerlingen en voor de leerkracht nog evalueren.

Het belangrijkste is dus dat je de leerlingen geen voorbeeld geeft waar ze zelf niet bij na hoeven te denken. Maar dat je de leerlingen zelf laat nadenken.
Je kan het vergelijken met rekenen. Je moet als leerkracht ook geen som geven en daarvan zelf het antwoord opschrijven, je moet de kinderen het denkwerk laten doen. Dat geldt ook bij beeldende vorming